Etappe 2: Karst

Je hebt niet altijd grote geologische gebeurtenissen nodig voor een adembenemend landschap. Soms kan de subtiele invloed van karst het verschil maken. Deze etappe op dag twee van de Tour de France geeft ons een mooie gelegenheid om uit te leggen hoe dat werkt. We zijn nog steeds in Baskenland met al zijn fascinerende geologische geschiedenis. Op het parcours doorkruisen de renners de uitlopers van de berg Txindoki. Deze majestueuze piek markeert de noordwestelijke grens van het Aralar-gebergte. Dit zijn de spectaculaire overblijfselen van dikke kalksteenafzettingen die zich tussen 150 en 100 miljoen jaar geleden in ondiepe subtropische zeeën vormden. Dit was tijdens de Jura en Krijt periode toen de dinosaurussen over de planeet zwierven.

De kalkstenen werden later opgeheven door tektonische krachten. In de loop der tijd erodeerde het opgeheven kalksteen geleidelijk, waardoor de ooit hoge, ruige bergtoppen reduceerden tot de hellinkjes die we nu zien. Maar ondanks miljoenen jaren erosie zijn de beklimmingen in Baskenland nog steeds behoorlijk steil. De niet-klimmers moeten nog een paar miljoen jaar wachten op een meer geleidelijke klim.

Karst vormt het landschap

We zijn geneigd te denken dat grote, significante veranderingen in het landschap gepaard gaan met grote tektonische krachten. Dat is niet waar. Het kan veel subtieler. Het fenomeen dat geologen karst noemen (naar de Karstregio in Slovenië) is een zeer langzaam proces, maar de resultaten zijn aanzienlijk. Karst is een delicate dans tussen oude kalksteen en de kracht van het water. Wanneer regenwater bergafwaarts stroomt en in natuurlijke spleten terechtkomt, snijdt het scherpe dalen en infiltreert het in diepere lagen. Dit vormt ondergrondse kanalen en grotten.

Adembenemend landschap gevormd door karst
Etappe 2 door Baskenland is een heuvelachtige etappe, waarbij de heuvels de oudste gesteenten (anticlines) blootleggen en de valleien bestaan uit wat jonger gesteente uit het Krijt (synclines). Figuur: Malin Niemöller (BSc-student aan de Universiteit van Münster, Duitsland)

Door de tijd kijken

Water is een vaardige beeldhouwer, maar kan ook vernietigend uithalen. Door de rotswanden geleidelijk op to poetsen totdat hun fundamenten worden blootgelegd, kan water ook leiden tot abrupte instortingen die de onderliggende structuur van het idyllische landschap erboven blootleggen.

Een geologische dwarsdoorsnede van noord naar zuid langs het parcours van vandaag laat golvende patronen zien die lijken op de rimpelingen in een theatergordijn. De opstaande “heuvels” worden anticlines genoemd. De naar beneden gebogen “valleien” staan bekend als synclines. Binnen deze lagenkoek van golvend gesteente behoren de oudste lagen tot het Onder-Krijt. Ze bevinden zich onder jongere lagen die tot het Boven-Krijt behoren.

De steengroeve “Cantera de Margas” in Olazagutia biedt een kijkje in de anticlinale structuren waaruit de heuvels van Baskenland bestaan. Bovendien is deze groeve de wereldwijde referentie voor de basis van het Santoon (Laat Krijt). Foto: David De Vleeschouwer

De opwaarts gebogen anticlines zijn het meest gevoelig voor karst. Ze hebben meer last van verwering in vergelijking met de meer beschutte synclines. Als gevolg hiervan zijn grote delen van de jongere lagen uit het Boven-Krijt in de anticlines weggehaald, waardoor een geologisch venster op de oudere rotsen uit het Onder-Krijt eronder zichtbaar is geworden. Het is eigenlijk terugkijken in de tijd zonder te graven. De renners racen vandaag dwars door de geologische tijd en worden beloond met adembenemende landschappen.

Adem in, adem uit

Terwijl de renners het adembenemende landschap van het glooiende terrein van het Aralar Gebergte in zich opnemen, werkt hun lichaam onvermoeibaar om zuurstof op te nemen en om te zetten in energie door de verbranding van koolhydraten. De resulterende koolstofdioxide wordt vervolgens uitgeademd en vervangen door verse zuurstofrijke lucht. Het menselijk lichaam presteert optimaal op zeeniveau, waar de lucht bijna 21% zuurstof en minder dan 0,05% koolstofdioxide bevat.

Wat zou er gebeuren als de atmosfeer zelf een plotselinge en significante verandering zou ondergaan in de concentraties zuurstof en koolstofdioxide? Het antwoord op die vraag is te vinden in de geologische gegevens van het Aralar-gebergte. Rotslagen in de buurt van het Igaratza toevluchtsoord en het dorp Madotz, niet ver van Larraitz op de route van vandaag, laten de directe gevolgen zien van een massale uitstoot van koolstfdioxide in de atmosfeer. Deze waren het gevolg van een plotselinge uitbarsting van vulkanische activiteit in het centrale deel van de Stille Oceaan, letterlijk aan de andere kant van de planeet.

We kennen deze gebeurtenis als ‘de Zuurstofloze Oceaanfase 1a’. Het gebeurde ongeveer 120 miljoen jaar geleden. Het leidde tot een vernietigende toename van koolstofdioxide in de atmosfeer en in de oceanen. Het bewijs zit in de kleuren van de rotslagen. Door de veranderde chemie van het zeewater konden bepaalde organismen hun schelpen niet meer bouwen, waardoor ze stierven. Deze gebeurtenis resulteerde in een significante verandering in het uiterlijk van de gesteentelagen van lichtgekleurde kalkstenen – van de skeletresten van organismen – naar donkere mergels en kleisteen rijk aan organische materiaal dat niet rotte omdat er nauwelijks zuurstof in de zeeën was. De gebeurtenis duurde 1 tot 1,5 miljoen jaar voordat de omstandigheden weer normaal werden. De lichtgekleurde kalkstenen keerden terug en de donkere mergels en kleisteen zijn verdwenen.

Bekijk de uitlegvideo op YouTube van Douwe van Hinsbergen.

Deel


Geplaatst

in

door

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.